home

Lezing

Het grote groene misverstand

Discussieleider: Wim Dijkman
Inhoudelijke inbrenger: Leo Lamers
Notulist: Jitske de Hoop
Aantal deelnemers: 35 personen

Leo Lamers heeft in zijn presentatie aangegeven dat er wel minder landbouwbedrijven komen in Nederland, maar niet minder landbouw.

Landschap
Grond van stoppende bedrijven wordt overgenomen door collega-boeren. Er ontstaan grotere bedrijven die investeren in grotere bedrijfsgebouwen. Door de grootschalige opzet van de landbouw, komt het landschap in gevaar. Vooral daar waar het landschap gebaseerd is op kleinschalige percelen. Er moet daarom voldoende geld beschikbaar komen voor beheer van deze landschappen. Want de landbouw zelf kan niet als redder worden gezien van het landschap. De vraag is of grootschalige, niet grond gebonden landbouw, niet meer op een industrieterrein thuishoort.

Voorzieningenniveau
Bij de stoppende bedrijven komen de woningen en bedrijfsgebouwen vaak vrij voor andere doeleinden. Als op deze erven, die niet meer in dienst staan van de landbouw, andere functies een plaats kunnen krijgen, hoeft de leefbaarheid op het platteland niet bedreigd te worden door de grootschalige ontwikkelingen in de landbouw. Het kan hierdoor juist een impuls krijgen. Het gaat hierbij zowel om woonfuncties als om andere economische bedrijvigheid.

De afsluitende vraag van de lezing gaf verdere input voor de discussie:
Onder welke voorwaarden kunnen de leefbaarheid en het landschap in stand blijven bij een schaalvergrotende landbouw?

Discussie
Door het kleinere aantal agrarische bedrijven verandert het karakter van de gemeenschap. Er komen misschien wel meer mensen wonen in het buitengebied in plaats van minder. Nieuwe economische functies als zorgboerderijen bevorderen de leefbaarheid. Als nadeel van andere economische activiteiten in het buitengebied werd naar voren gebracht dat die ook enorm kunnen gaan groeien als ze succesvol zijn en daarin juist een bedreiging kunnen vormen van het landschap en de karakteristieken van het buitengebied. Er werd ingebracht dat er regels kunnen worden opgesteld om extreme groei te beperken. Hier werd weer tegenin gebracht dat je ondernemers niet aan alle kanten moet inperken, omdat dit de ontwikkeling tegengaat. Als praktische oplossing werd hiervoor gegeven dat de bedrijven een plaats kunnen hebben in het buitengebied zolang ze klein zijn. Mochten ze gaan groeien dan kunnen ze alsnog verplaatst worden naar een industrieterrein. Er werden voorbeelden gegeven van mensen die in een gebied wonen waar wel alleen kleinschalige economische activiteiten plaatsvinden in het buitengebied.

Er werd ook geopperd om slechts een woonfunctie te geven aan vrijkomende boerenerven, omdat die minder inbreuk maken op het landschap. Hierop kwam de reactie dat deze woonfunctie ook veel 65+ers aan kan trekken en dat deze niet voldoende bijdragen aan de dynamiek van een gemeenschap. Anderen vonden dat zij juist veel bijdragen aan activiteiten.

Over megastallen in het landschap werd gezegd dat het mogelijk is om ze in te passen in het landschap door bijvoorbeeld aanplant van bomen rond de stallen. Ook is het mogelijk om bestaande landschapselementen in stand te houden als hier vergoeding tegenover staat voor het onderhoud. Het extra verkeer werd genoemd als hinder van megastallen met de vraag of ze daarom niet thuishoren op een industrieterrein. Hierop werd op gezegd dat het hierbij eigenlijk al gaat om agrarische bedrijventerreinen.

In de discussie werd duidelijk dat de effecten van schaalvergroting in de landbouw per gebied erg kunnen verschillen. Een verdere uitwisseling van positieve en negatieve ervaringen kan wellicht bijdragen aan een beter beleid rond de invulling van vrijkomende bedrijfsgebouwen en het inpassen in het landschap van de grootschalige landbouw.


Klik hier voor de dia van de PowerPoint presentatie van Leo Lamers in telegram stijl.